Ga naar de inhoud

77 infanterie divisie

Het embleem van een loper verwijst naar de eerste divisiecommandant Sepp Dietrich (dietrich betekent loper in het Duits).

Duitsland – wehrmacht

opgericht: januari 1944
ontbonden: september 1944

Divisiecommandant
Rudolf Stegmann KIA 18 juni
Rudolf Bacherer tot 15 aug.

OB WEsT
HeeresGruppe B
      ∟7. armee
            LXXXIV Armeekorps
                   ∟77. infanterie division

beschrijving

Vernoemt naar de Führer zelf is deze divisie in actie gedurende de hele Tweede Wereldoorlog.

Ervaring

Ongeveer 20% van de soldaten had gevechtservaring aan het Oostfront. Nog eens 20% waren oudere mannen (tot 40 jaar oud) uit West-Pruisen. Mannen geboren in 1925 (leeftijd in 1944: 18-19 jaar) vormden 35% van de sterkte. Onder de overige mannen bevonden zich eerder gewonde soldaten die niet langer fit genoeg werden geacht om in het oosten te dienen.

organisatie

De organisatie kan als zeer zwak worden bestempeld.
De divisie had geen Feld-Ersatz-Bataillon (eenheid voor de opleiding van nieuwe rekruten).
Pionier-Bataillon 177 had slechts één van zijn compagnieën uitgerust met zware wapens.
Het I. en II. bataljon van het Artillerie-Regiment had slechts twee batterijen i.p.v. de gebruikelijke drie.

sterkte

Op volledige sterkte bestond de divisie uit slechts 8.000 troepen.
Begin juni bestond de divisie uit 9.095 officieren en manschappen plus 1.410 HiWi’s (vrijwilligers uit Oost-Europa en Rusland).

bewapening

De infanteriebataljons in Infanterie-Regiment 1050 hadden elk 40 machinegeweren en zeven 8,1 cm mortieren. De bataljons in Infanterie-Regiment 1049 hadden ook 40 machinegeweren, maar het aantal 8,1 cm mortieren was acht.
Van het Artillerie-Regiment was alleen het 3de bataljon gemotoriseerd, de rest maakte gebruik van paarden.
Zes lichte 5cm antitankkanonnen van het Panzerjäger bataljon waren statisch (hadden geen trekvoertuigen) en volgden de divisie hoogstwaarschijnlijk niet naar Normandië.

organisatie

  • 77. Infanterie Division
    • Infanterie-Regiment 1049
      • I. Abteilung
        1. kompanie
        2. kompanie
        3. kompanie
        4. kompanie
      • II. Abteilung
        5. kompanie
        6. kompanie
        7. kompanie
        8. kompanie
      • III. Abteilung
        9. kompanie
        10. kompanie
        11. kompanie
        12. kompanie
      • 13. Infanterie Geschütz kompanie
        6 x Russische infanterie geschut
      • 14. Pak kompanie
        3 x zware anti-tank kanonnen
    • Infanterie-Regiment 1050
      • I. Abteilung
        1. kompanie
        2. kompanie
        3. kompanie
        4. kompanie
      • II. Abteilung
        5. kompanie
        6. kompanie
        7. kompanie
        8. kompanie
      • III. Abteilung
        9. kompanie
        10. kompanie
        11. kompanie
        12. kompanie
      • 13. Infanterie Geschütz kompanie
        2 x Russische infanterie geschut
      • 14. Pak kompanie
        3 x zware anti-tank kanonnen
    • Artillerie-Regiment 177
      • I. Abteilung
        1 batterie - 4 x 10,5cm houwitser
        2 batterie - 4 x 10,5cm houwitser
      • II. Abteilung
        4 batterie - 4 x 10,5cm houwitser
        5 batterie - 4 x 10,5cm houwitser
      • III. Abteilung (gemotoriseerd)
        7 batterie - 4 x 8.8cm Pak 43/41
        8 batterie - 4 x 8.8cm Pak 43/41
        9 batterie - 4 x 8.8cm Pak 43/41
    • Panzerjäger-Abteilung 177
      1. kompanie - 12 x 5cm antitankkanon
      2. kompanie - 12 x 7,5cm antitankkanon
      met Raupenschlepper Ost sleepvoertuig
    • Pionier- Bataillon 177
      1 kompanie
      2 kompanie

oorlogsdagboek

Voorjaar 1944

De 77. Infanterie-Division werd op 15 januari 1944 opgericht in de stad Münsingen en maakte deel uit van de 25. Welle.
De divisie bestond uit officieren en manschappen uit de opgeheven 355. Infanterie-division. De resten hiervan zouden in Polen de nieuwe 364. infanterie-division gaan vormen samen met Sicherungstroepen(beveiligingstroepen) uit Rusland. Maar toen deze troepen niet konden worden vrijgemaakt werd besloten om de manschappen te gebruiken voor de oprichting van de 77. Infanterie-Division. Het bij Caen gelegen versterkte Infanterie Regiment 1021, later omgenummerd tot Infanterie Regiment 1049, vormde de ruggengraat van de divisie.

17-19 januari 1944 verplaatsing van Münsingen naar Caen.
April 1944 verplaatsing van de divisie naar St. Malo (Bretagne), met als taak het kustgedeelte te beschermen tegen een invasie.

Sterkte 1 februari 6761 soldaten
1 maart 1944: De sterkte van de 77ste Lnf. Div. wordt geschat op 8508 soldaten volgens de AOK7 oorlogsorganisatie.
01 april 1944: De sterkte van de 77ste Lnf. Div. wordt geschat op 8508 soldaten volgens de AOK7 oorlogsorganisatie.
Volgens de Kriegsgliederung AOK7 wordt de sterkte van de 77e LD. geschat op 8686 soldaten.

Op 1 mei 1944 had de divisie een personeelssterkte van 8.686 man. Op 10 juli 1944 was de sterkte gedaald tot 1.840 man.
Bij bevel van het OKH 15 september 1944 werd de 77e Infanterie Divisie met onmiddellijke ingang ontbonden.

1 Pionier Compagnie (177) met 2 compagnieën, een op fietsen en een lichte pi. colonne. Commandant majoor Seifert
1 artillerieregiment (177) met 2 bataljons le.F.H. 10,5 cm (elk 2 batterijen).
1 Panzerjager compagnie (177) met 12 x 7,5 cm PAK met een peleton Raupenschlepper Ost sleepvoertuigen.

11 april 1944 Uit het interne rapport van de Chef Kwartiermeester van het AOK7 blijkt dat de voertuig- en motorvoertuiginventaris van de 77e Lnf. Div. op 11 april 1944 27% bedroeg.

13 april 1944:
Volgens het rapport van de Oberquartiermeisterabteilung des AOK 7 ontving de 77.lnf.Div. 12 middelzware vrachtwagens en 7 middelzware terreinvrachtwagens door toewijzing OKH als onderdeel van de nieuwe formatie en uitrusting.

Persoonlijke memoires van luitenant-generaal Poppe: […] Op 20 februari waren de formaties compleet. Echter, als Gren.Rgt.1050 met twee bataljons wilde opereren, moest het derde bataljon zijn geweren en machinegeweren inleveren. 30 april werd als deadline gesteld voor het voltooien van de formatie en training van de divisie. Generalallt. Buhie van het Organisat.Abt. [Noot: Chef van de Legerstaf in het OKW] aanwezig, wiens taak het was zich op de hoogte te stellen van de status van de nieuwe formaties. Het werd hem dringend voorgelegd [Noot: uitgelegd] om ervoor te zorgen dat de ontbrekende wapens arriveerden en dat de twee Art.Divisions op 3 batterijen werden gebracht. […] De vooruitzichten voor een spoedige oplossing van deze kwestie leken gering. […] Op 25 februari bezocht de stafchef van het opperbevel van de landmacht de divisie. De samenwerking met het General Command was goed. […]

15 April Persoonlijke memoires van luitenant-generaal Poppe:
Op 15 april vond ten noorden van Caen een briefing van de hele divisie plaats onder commando van de Div.Kdrs. De opdracht was om een gelande vijand in zee te werpen. De eenheden van het 716de I.D. die aan de kust waren opgesteld namen deel als de vijand. De door het korps vereiste aanval over het open terrein van St. Aubin-Cresseron zou niet mogelijk zijn geweest zonder gepantserde ondersteuning en de juiste luchtdekking, vooral niet met de divisie, die nog niet klaar was qua training en samenwerking. Eén bataljon moest zijn wapens overdragen aan andere bataljons. Alleen dit duurde al 4 uur. Het korps had de artillerie versterkt met een 8.8cm FLAK (gemotoriseer) sectie die beschikbaar was voor het korps. Opgesteld met grondvuur met een vlakke baan. […]

Na deze oefening werd de divisie eind april ingezet in Bretagne om de 721.1.D. af te lossen [noot: dit verwijst naar Div.z.b.V. 721], die bestond uit Russische vrijwillige eenheden. Inzet in de sectie Mont St. Michel – Iffiniac voor kustbescherming. Ondergeschikt aan de Generalkdo. LXXIV.A.K. General der Infanterie Straube Div.Gef-Stand Tressain ten zuiden van Dinan. G.R. 1050 werd rechts ingezet, G.R. 1049 links. Omdat het bouwen van hindernissen in het opmarsgebied nu ook steeds meer nodig was, werd de training die nog wel nodig was, volledig geschrapt.
Veldmaarschalk Rommel was herhaaldelijk in de stellingen en eiste zeer beslist de versnelling van de bouw van onderwaterhindernissen, palen, deels met mijnen aan de kop, die bij vloed net onder water kwamen te staan. Deze vertraagden de invasie met een paar dagen.
Een aanval werd niet verwacht in de baai van St Michel met zijn zeer ondiepe waterdiepte.
Het fort van St Malo, onder bevel van kolonel von Aulock, lag in de sector. Met hem werd contact gelegd. Het fort kon als zodanig worden aangepakt. Enkele verbeteringen ontbraken nog. Met name het platform in het zuiden moest nog worden vrijgemaakt met betrekking tot het schootsveld. De commandant was ondergeschikt aan de O.K.W..
Er waren ook enkele speciale versterkingen op de westoever van de rivier de Ranee. Over het geheel genomen was dit deel van de divisie echter minder ontwikkeld dan dat bij Caen. […]

19 april Volgens het rapport van de Oberquartiermeisterabteilung van AOK 7 ontving de 77e Lnf. Div. 12 x 2cm-PAK, 11 x afstandsmeters, 266 x verrekijkers 6×30, 1 x telescoop 14Z, 5 x richtapparaat 40, 44 x marskompassen, 300 x dienstpolshorloges, 38 x infanteriewagens If. 8, 18 x gevechtskarren (If. 9) voor zware granaatwerpers en 91 fietsen.


In aanvulling op de kriegsgliederung oorlogsorganisatie werd tijdens deze weken een veldvervangingsbataljon van drie compagnieën gevormd.


Oorlogslogboek van Fuhrungsabteilung AOK 7 d.d. 06.03.1944: […] Beoordeling van de situatie voor de periode 28.2.-5.3.44 – […] 77.I.D. in formatie. AAlleen de geregelde troepen (versterkt G.R.1049) zijn geschikt voor beperkte aanvalstaken; zij moeten echter eerst weer bijeenkomen voor inzet. De massa van de Div. heeft geen geweren en kan zichzelf niet eens beveiligen. […]

De meeste grote Duitse eenheden in Normandië moesten in het geval van een invasie een vooraf geplande Kampfgruppe (gevechtsgroep) samenstellen en deze verplicht op bevel in zetten. Deze gevechtsgroep zou worden ingezet bij een geallieerde invasie om de Duitse troepen op de grond te versterken of, indien nodig, geallieerde luchtlandingen in het aangevallen gebied te bestrijden. Hiervoor moesten de onderdelen van de gevechtsgroep gemotoriseerd of mobiel gemaakt worden. Vaak werden hiervoor lokale motorvoertuigen, paarden en fietsen gevorderd.

Op 18 februari 1944 bestond de Kampfgruppe van de 77. infanterie divisie uit gevechtsgroep uit de volgende onderdelen:
Deel van de divisiestaf
Grenadier Regiment 1049 zonder het ll. bataljon maar met het ll. bataljon en compagnie 13. (met 8 Russische Infanteriegeschut) en compagnie 14. met 12 antitankkanonnen van het Grenadier Regiment 1050 .
Het l./Artillerie regiment 177 met ondergeschikte 1e en 2e Batterij (elk met 4 x 10.5cm le.F.H.)
De verbindingscompagnie 177 met 2 pelotons
het 1./Pionier Bataljon 177.

1 April Gevechtsrapport Oberleutnant Wilbrand inlichtingenofficier van het Grenadier Regiment 1050:
In april van dit jaar werd de divisie overgeplaatst naar het vestinggebied St. Malo met als taak het kustgedeelte te beveiligen tegen vijandelijke invasietroepen vanuit zee en vanuit de lucht.
Divisiecommandopost: Dinand
Naast de eigenlijke bewakingstaak en de nog steeds absoluut noodzakelijke uitgebreide training van de troepen, moest de uitbreiding van de kustverdedigingslinie, die tot de overname van dit onderdeel ontoereikend was geweest, worden versneld in de hoofdtaak van het creëren van steunpunten, het uitbreiden van de Atlantikwall, het creëren van kusthindernissen (antitankversperringen, mijnen, prikkeldraad, tobruks en vooral Rommelasperges in gebieden die door een luchtlanding werden bedreigd door landende zweefvliegtuigen). Voor dit doel werden alle beschikbare strijdkrachten ingezet met de extra mobilisatie van de burgerbevolking.
Enkele mannen van het regiment sneuvelden toen ze op mijnen liepen. De inzet van de kustverdedigingssectie was over het algemeen rustig, vooral omdat partizanen zeer zeldzaam waren. Inlichtingenrapporten aan de divisie melden overvliegende vijandelijke verkenningsvliegtuigen en geïsoleerde bombardementen op versterkte posities in de sector.

Juni 1944

6 juni bevindt de divisie zich in de buurt van St. Malo.
7 juni besluit men de 77. Infanterie-Division naar Normandië te sturen.
8 juni Gemotoriseerde delen van de divisie bevinden zich ten oosten van Granville.
10 juni Een deel van de divisie bereikt Valognes waar ze aan beide kanten van de rivier de Merderet worden ingezet. Het grootste deel van de divisie bevond zich in het gebied ten noorden van Coutances.

Aangenomen wordt dat de 77. Infanterie-Division grotendeels afgesneden werd toen Amerikaanse troepen de westkust van het Cotentin schiereiland bereikten en slechts kleine elementen van de divisie erin slaagden uit te breken naar het zuiden. Eigenlijk werden slechts delen van de divisie zo ver noordwaarts ingezet. Twee bataljons werden ingezet ten noorden van het Utah Beach gebied, terwijl één bataljon naar het fortgebied rond Cherbourg werd gestuurd. Twee van deze bataljons werden later overgeplaatst naar St. Sauveur. Ongeveer 1.200 mannen die werden afgesneden door de Amerikaanse opmars braken uit naar het zuiden, geleid door de commandant van Grenadier-Regiment 1049. Nog eens 70 mannen bleven in de omgeving van Cherbourg.

Eén bataljon, het I./Grenadier-Regiment 1050, bleef in St. Malo en werd later naar de divisie gestuurd. Op 17 juni bevond het zich in de buurt van Avranches.

Op 24 juni bedroegen de verliezen (delen die nog in Cherbourg waren niet meegerekend):
34% van het infanteriepersoneel
20% van het artilleriepersoneel
22% van het geniepersoneel
23% van het antitankpersoneel.
Gezien deze percentages lijkt het erop dat de divisie tussen 6 en 24 juni tussen 1.800 en 2.000 man had verloren.

Op 10 juli werd gemeld dat de divisie een Kampfstärke (≈ loopgraafsterkte) van 1.840 man had. De artillerie bestond nog steeds uit twee bataljons met 10,5 cm houwitsers en één bataljon met 8,8 cm kanonnen, hoewel er slechts zes 8,8 cm kanonnen overbleven. De divisie bleef in juli dicht bij de kust en begin augustus trok een groot deel van de divisie zich terug in St. Malo. Sommige elementen van de divisie zijn waarschijnlijk nooit naar St. Malo gegaan. Volgens een OKH document van 16 oktober 1944 werd de sterkte van de divisie geschat op 3.000 op 1 september. Desondanks werd de divisie ontbonden op 15 september.

juli/Augustus 1944

Begin juli raakte de rest van de divisie verwikkeld in gevechten rond Saint-Jores toen het Amerikaanse 358ste Infanterie Regiment’s 1ste Bataljon zwaar op hen begon aan te dringen, wat leidde tot de Duitse terugtrekking tegen het einde van de dag. Elementen van de 5de Parachutistendivisie herstelden tijdelijk de Duitse controle voordat ze uiteindelijk op 10 juli het gebied verlieten.[5] Het restant werd vernietigd tijdens de Slag om Saint-Malo in augustus 1944.

Rudolf Stegmann werd op 6 augustus 1894 geboren in Nilolaiken, Oost-Pruisen (nu deel van Polen). Hij nam dienst in het leger in 1912 en vocht bij het 141e Infanterieregiment aan het Oostfront. Na de oorlog mocht hij bij de Reichswehr blijven en toen de Tweede Wereldoorlog begon, voerde hij het bevel over het 2e bataljon van het 14e Rifle Regiment. Uiteindelijk kreeg hij het bevel over het hele regiment, dat in Frankrijk vocht en daarna in de vroege stadia van Barbarossa. Later voerde hij het bevel over de 2e Panzergrenadier Brigade en vervolgens over de 36e Panzergrenadier Division, voordat hij op 10 januari 1944 gewond raakte in de strijd. Na zijn herstel reisde Stegmann, nu Generalleutnant, naar Normandië en nam op 1 mei het bevel over van de 77e Infanterie Divisie. Zijn eenheden, onderbemand en zonder transport, bestonden uit onbetrouwbare troepen: voornamelijk Volksdeutsche, Polen en Östtruppen. Rommel, bezorgd over hun gevechtscapaciteiten, verplaatste hen naar Bretagne om de haven St. Malo te verdedigen en wees de veteraan 352nd Infantry aan hun gebied toe.

Toen de landingen begonnen, moest de divisie van Stegmann 130 km afleggen om het front te bereiken. Toen ze op 10 juni de rivier de Merderet op het schiereiland Cotentin bereikten, verdedigden ze met succes tegen het Amerikaanse VII Korps. Terwijl elementen van het VIIe Korps hen in het zuiden omsingelden, hield Stegmann de veel grotere Amerikaanse 90e Infanteriedivisie op afstand.

Vroeg in de ochtend van 16 juni vroeg Stegmann toestemming om naar het zuiden uit te breken, maar het 7de Leger weigerde dit. Stegmann begon echter op de middag van 17 juni zijn divisie in vijf colonnes naar het zuiden te verplaatsen in een poging omsingeling te voorkomen.

Veldmaarschalk Rommel gaf hem uiteindelijk toestemming om op de 18de uit te breken, maar Hitler herriep dat onmiddellijk en gaf Stegmann in plaats daarvan het bevel om noordwaarts terug te trekken naar Cherbourg.

Stegmann negeerde dit tweede bevel om stand te houden ook, maar de uren die verloren gingen door de verwarring over het commando gaven elementen van de Amerikaanse 9de Divisie de tijd om meer eenheden naar dat gebied te verplaatsen. Eén colonne bestaande uit de artillerie van de 77ste divisie en mobiel transport brak inderdaad uit de bedreigde zak, maar werd onderweg in het open veld ontdekt en de al te kwetsbare colonne werd grotendeels vernietigd door geconcentreerd Amerikaans artillerie- en mortiervuur.

Nu ze op de hoogte waren van Stegmanns bedoelingen, brachten de Amerikanen hun tactische luchtmacht op de hoogte. Terwijl Duitse elementen zich één voor één terugtrokken, werden ze vanuit de lucht aangevallen. Generaal Stegmann bevond zich te midden van zijn eenheden, rondrennend in zijn gecamoufleerde commandowagen, zich ontwijkend en verstoppend voor Amerikaanse jagers en tactische bommenwerpers, koortsachtig proberend de beschoten colonnes te organiseren en weer in beweging te krijgen.

Zijn geluk was echter op in de buurt van Bricquebec toen hij opnieuw opgemerkt werd door geallieerde vliegtuigen. Zijn commandowagen werd beschoten door een laagvliegende Amerikaanse Typhoon en de generaal werd doorzeefd met 20mm granaten, waaronder één die hem in het hoofd raakte. Hij was op slag dood.

Hij werd begraven op de oorlogsbegraafplaats in Orglandes, 14 km ten zuidwesten. Ironisch genoeg zou hij, als hij was blijven leven, voor de krijgsraad zijn gebracht en mogelijk doodgeschoten wegens ongehoorzaamheid aan de Führer. Hij werd echter postuum bevorderd tot General der Infanterie.

Locatie Divisie hoofdkwartier:
20 juni Condé-sur-Iton
23 juni La Bagottière

analyse

tanksterkte tijdens de slag om normandië

Op 1 juni beschikte de 1. SS-Pantserdivisie over 42 Panzer IV’s, 38 Panthers en 44 operationele SturmGeschütz III’s . Acht Panzer IV’s en één Sturmgeschütz III waren in onderhoud. In de maand juni verscheept het Heeres Zeugamt 53 Panzer IV’s en 34 Panzer V’s naar de divisie.
In de maand juli en augustusus kreeg de divisie geen tanks.
In totaal heeft de Leibstandarte 103 Panzer IV’s, 72 Panthers en 45 SturmGeschütz III’s ingezet in Normandië.

Levering van Panzer IV en Panther tanks tijdens de maand juni aan 1. SS Pantserdivisie LSAH. De datums geven aan wanneer de treinen uit Duitsland vertrokken, niet wanneer de tanks bij de divisie aankwamen:

Op 22 juni rapporteert de divisie de aankomst van het volledig Panther bataljon (I./SS-Panzer-Regiment 1) per spoor ten oosten van Rouen (Frankrijk). Het aantal gebruikte treinen, in totaal zes, is aan de lage kant voor 81 Panther tanks samen met ondersteunende voertuigen en materiaal. Om een voorbeeld te noemen: de Schwere Panzer-Abteilung 503 had met slechts 45 tanks al acht treinen nodig. Het rapport dat vermeldt dat het bataljon op volle sterkte was is daarom waarschijnlijk niet correct.

Tegen 1 augustusus waren alle onderdelen van SS-Panzer-Regiment 1 aangekomen in Normandië.

De late aankomst van sommige van de Panthers had mogelijk de training van de bemanning binnen het pantserregiment vertraagd. In totaal bestonden de achtergebleven eenheden uit 5.800 man.

Van de 53 Panzer IV’s die de divisie in de maand juni ontving, blijven er 40 achter. Deze 40 tanks voegen zich op 15 juli (6 tanks) en 29 juli (34 tanks) weer bij de divisie. Ook de 34 nieuw geleverde Panther tanks in de maand juni komen pas op 16 juli (16 stuks) en 1 augustus (18 stuks) aan in Normandië. Waarschijnlijk werden deze tanks gebruikt voor de opleiding van de nieuwe tankbemanningen.

tanksterkte 1.ss pantserdivisie
*Voertuigen die onderweg zijn naar Normandië staan in het sterkterapport van 1 juli genoteerd als ‘in reparatie’.
panther sterkte 1.SS Pantserdivisie
Panzer IV sterkte 1.SS Pantserdivisie
stug iii sterkte 1.SS Pantserdivisie

sterkte en verliezen

Op 1 juli was de divisie verre van compleet. Volgens het statusrapport voor deze datum had de divisie een Iststärke van 21.262 man. Dit is waarschijnlijk inclusief de manschappen in de vervangingsorganisaties in Duitsland, want volgens K. G. Klietmann had de divisie op 30 juni een sterkte van 19.691 man.

Statusrapport 1.8.44 De artillerie van de divisie was enigszins gevarieerd. Het had acht lichte veldstukken, zes zware houwitsers, vier 10 cm kanonnen, acht Wespe zelfrijdende kanonnen, vijf Hummel zelfrijdende kanonnen en vijf Nebelwerfers. Nog eens zeven stukken bevonden zich in onderhoudsfaciliteiten.

Op 1 juli was de situatie met betrekking tot de voertuigen sinds 1 juni slechts licht verbeterd. De divisie had nu 36 gevechtsklare SPW en 224 in onderhoudsfaciliteiten. De divisie had 1.441 operationele vrachtwagens en nog eens 613 die gerepareerd moesten worden.

De 1. SS-Panzer-Division “Leibstandarte” bevond zich in reserve ten zuiden van Caen toen de Britse operatie Goodwood op 18 juli van start ging. In een rapport worden de verliezen van 1 juni tot en met 18 juli geschat op 1.441 officieren en manschappen. In een ander rapport worden de verliezen in juli geschat op 243 doden, 747 gewonden en 102 vermisten. Dit geeft een totaal van 1.092, een cijfer dat iets lager is dan de aanvankelijk genoemde. Het lijkt erop dat de verliezen zeer licht waren na 18 juli en dat de divisie ongeveer 400 man verloren heeft in juni.

Op 3 augustus meldde het divisiecommando dat het moreel van de troepen goed was. III./SS Pz.Aufk.Rgt. 1, SS WfAbt 1 (zonder 1 .Bttr.), 5./SS Fla. kAbt. 1 en l./SS Pz.Aufk.Abt. 1 waren nog in oprichting. Bovendien ontbrak het 5./SS Flak.Abt. 1 en l./SS Pz.Aufk.Abt. 1 aan Sd.Kfz. 7/2 (8 ton halftrack) en Sd.Kfz. 250/9 respectievelijk. Het 4./SS Pz.Pi.Btl. 1 bestond alleen op papier. Het tekort aan operationele motorvoertuigen was kritiek. De volgende voertuigen stonden in de werkplaatsen van OB “West 31 motorfietsen, 108 PKW, 43 commerciële PKW, 579 LKW, 46 sLKW, 11 ambulances, 23 Zgkw. Er was een grote vraag naar reserveonderdelen.

De divisie brak uit de zak van Falaise, maar op 22 augustus werd gemeld dat ze geen gevechtsklare tanks of artilleriestukken meer had.

Volgens Lehmann en Tiemann tonen de verliesrapporten van de 1. SS-Panzer-Division “Leibstandarte” een verlies van 3.901 officieren en manschappen gedood, gewond en vermist van 6 juni-30 september 1944. Maar omdat de verslagen onvolledig zijn, schatten de twee auteurs het aantal slachtoffers op minstens 5.000. Natuurlijk heeft dat betrekking op een langere periode dan de campagne in Normandië. Het lijkt er echter op dat de schatting zeer redelijk is. Gedurende een groot deel van augustusus vocht de divisie aan de zijde van de 2. Panzer-Division. In de periode van 1 augustusus-30 september verloor de 2. Panzer-Division 4.559 man aan doden, gewonden en vermisten. Het overgrote deel daarvan moet in augustusus zijn opgelopen. De 1. SS-Panzer-Division “Leibstandarte” had waarschijnlijk verliezen van dezelfde orde van grootte. Als men dit combineert met de verliezen van voor 1 augustusus (hierboven vermeld), lijkt het erop dat de Leibstandarte tussen 5.000 en 6.000 man verloor tijdens de campagne in Normandië.

statusrapport 1 juni 1944

typevolledigaanwezigtekortRelatieve sterkte
Officieren683475208
70
Onderofficieren478125472234
53
Soldaten1476115831+1070
107
Vrijwilligers1251855396
68
Manschappen totaal21476197081768
92
Artillerie kanonnen584315
74
Anti-tank kanonnen31310
100
MG.34/421493448
waarvan 194 MG.42
1045
30
type voertuigvolledigoperationeelin reparatie
(max. 3 weken)
tekortOperationele sterkte
Stug IV454410
98
Panzer III210021
Panzer IV10142851
42
Panzer V8138043
47
Halfrupsvoertuigen36400364
trucks388710702902527
28
Artillerietrekkers3834515323
12
Kübelwagens16083051761127
19

statusrapport 1 juli 1944

typevolledigaanwezigtekortRelatieve sterkte
Officieren647479168
74
Onderofficieren418527871398
67
Soldaten1322917137+3908
130
Vrijwilligers1029859170
83
Manschappen totaal1909021262+2172
111
Artillerie kanonnen835528
66
Anti-tank kanonnen2530+5
120
MG.34/421393992
waarvan 757 MG.42
401
71
type voertuigvolledigoperationeelin reparatie
(max. 3 weken)
tekortOperationele sterkte
Stug IV4531140
69
Panzer III2002
Panzer IV1013073+2
30
Panzer V81253818
31
JagdPanzer IV310031
Halfrupsvoertuigen53436224274
7
trucks22191441229549
65
Artillerietrekkers2885812218
20
Kübelwagens95163195225
66

statusrapport 1 augustus 1944

typevolledigaanwezigtekortRelatieve sterkte
Officieren647465182
72
Onderofficieren418528311354
68
Manschappen1322916240+3011
123
Vrijwilligers1029859170
83
Manschappen totaal1909020395+1305
107
Artillerie kanonnen833647
43
Anti-tank kanonnen562036
36
MG.34/421393787
waarvan 566 MG.42
606
56
type voertuigvolledigoperationeelin reparatie
(max. 3 weken)
tekortOperationele sterkte
Stug4523022
51
Panzer III4004
Panzer IV101611426
60
Panzer V81401427
49
JagdPanzer IV310031
Halfrupsvoertuigen47226111200
55
trucks22471584208455
70
Artillerietrekkers2887618194
26
Kübelwagens963673110180
70